×

Waarschuwing

JFile: :lezen: Kan het bestand niet openen:

In ruim twee jaar raadslidmaatschap heb ik al veel gesproken over wat er allemaal niet goed gaat in Utrecht: participatietrajecten die niet of niet goed zijn georganiseerd, ambtenaren die niet meedenken met initiatiefnemers en zo meer. Dat is natuurlijk ook wel logisch: als raadslid kijk ik of het college z'n werk goed doet en ben ik gespitst op bewijzen voor het tegendeel. In al dat zoeken naar en praten over hoe het allemaal nog beter kan, vergeet ik soms dat er ook heel veel dingen goed gaan. En dat in mijn beleving Utrecht het ook helemaal niet zo gek doet. En daar mag het ook wel eens over gaan. Daarom zo eens drie verhalen waarvan ik vrolijk werd.

 

De afgelopen maanden 'adopteerde' ik als raadslid de verkeersouders van basisschool Puntenburg, die nauw samenwerken met een ambtenaar van de projectorganisatie Stationsgebied. De school ligt in het stationsgebied en heeft daardoor veel last van alle werkzaamheden. De veiligheid van de kinderen kan in het geding zijn. De ouders en de verantwoordelijk ambtenaar overleggen hierover regelmatig,  zodat ouders goed geïnformeerd zijn en de ambtenaar hun input kan meenemen. Deze ambtenaar fietst periodiek met de kinderen mee naar school, om zelf te zien hoe de route is. Af en toe wordt er zelfs een camera op een kinderfiets gezet, zodat goed gekeken kan worden hoe een omleidingsroute vanuit kinderperspectief werkt. Toen een aannemer op het verkeerde moment met werkzaamheden begon, reageerde de ambtenaar vanaf zijn vakantieadres. De ouders zijn heel enthousiast over de samenwerking met de verantwoordelijk ambtenaar, ondanks de vele onrust in de omgeving van de school.

 

Een ander verhaal waar ik blij van werd, gaat over het samen leren tussen ambtenaren en bewoners in wijken. Voor de zomer was ik bij een bijeenkomst met raadsleden waar wij werden geïnformeerd over participatie en communicatie met bewoners in verschillende wijken. Een ambtenaar die betrokken is bij Het nieuwe (afval)inzamelen vertelde hoe de organisatie al doende leert hoe te communiceren: hoe in buurten contact gezocht wordt met mensen die zich vaak actief bemoeien met de buurt om mee te praten, hoe samen met bewoners (opnieuw) wordt gekeken naar de beste plek voor ondergrondse containers, hoe van de door de gemeente bedachte regels wordt afgeweken op het moment dat blijkt dat een groot deel van de buurt zich daar niet in kan vinden. En ook wel belangrijk: hoe de ervaringen met deze aanpak voor de betrokken ambtenaren een blijvend effect heeft op hun manier van werken. Ik merk dat er nog veel beter kan,  dat zie ik ook in mijn eigen buurt, maar de manier waarop gewerkt en geleerd wordt, stemt positief.

 

De ambtenaren die zich met de ruimtelijke ontwikkelingen bezig houden volgen de komende jaren allemaal een opleiding: de leergang urban professional. Een van die ambtenaren vertelde haar ervaringen aan een vertegenwoordiging van de raad. Ze zei: "Een andere manier van werken moet je gewoon doen, niet teveel over praten. Al had ze er wel slapeloze nachten van, bekende ze, toen ze vertrouwelijke informatie deelde met inwoners om op een goede manier het gesprek met hen aan te kunnen gaan. Maar het had wel tot resultaat dat de samenwerking goed was gegaan, ondanks verschillende belangen.

 

Deze week verscheen onderzoek naar de stadsgesprekken die tot nu toe plaatsvonden. Ook daar is nog een hoop te doen: deelnemers zijn sceptisch over hoeveel er met hun input gedaan wordt en of het zin heeft. Maar ze zijn enthousiast over het feit dat de gemeente hen bij ontwikkelingen betrekt en ook over de kwaliteit van het gesprek dat gevoerd wordt.

 

Kortom: er wordt een hoop gezaaid in het echt samenwerken met de stad, in het serieus nemen van de inbreng van inwoners, in het echt luisteren. En ik weet zeker dat Utrecht gaandeweg steeds meer gaat oogsten. En daar mogen we best een beetje trots op zijn.

 

Any data to display