Mensen gaan meestal de politiek in om hun stad te veranderen: het moet groener/gezonder/socialer. Ik ging de politiek in, omdat ik de gemeente zelf wilde veranderen: de kracht en kwaliteiten van inwoners kan veel beter worden benut om een stad echt beter te maken. Het omgaan met mensen die zelf invloed op hun stad willen en kunnen uitoefenen, betekent iets voor de overheid en dus ook voor de gemeente Utrecht. Als actieve Dichterswijker merkte ik dat juist mensen die iets voor hun stad willen dóen de gemeente eerder als tegen- dan als medestander zagen. Dat wilde ik anders.

Ik was gelukkig niet de enige. Met een paar D66-ers schreven we het Fundament. Dit was hoe wij, samen met andere politieke partijen de stad wilden gaan besturen. Het staat nog steeds als een huis en geeft voor mij veel meer de essentie weer van de huidige Utrechtse collegeperiode dan het later uitgewerkte collegeakkoord. Een van de uitgangspunt van het Fundament is: vaker het echte gesprek aangaan, met inwoners, met ambtenaren en met elkaar. De samenwerking met de stad op een andere manier vormgeven. En hoewel het allemaal nog beter kan en moet, ben ik toch trots op de stappen die we in Utrecht zetten. Op heel veel andere plekken gaat het veel minder goed: Utrecht loopt voor. En bovendien durft Utrecht fouten te maken en daarvan te leren. En stelt de gemeente zich kwetsbaar op in dat proces.

Het Fundament ging óók over politieke stijl en het functioneren van de lokale democratie. Voor mij heel belangrijk. Toen ik me binnen D66 kandideerde, besprak ik met de selectiecommissie dat ik nog niet zeker wist of ik wel in de gemeenteraad wilde. Ik wilde het alleen als het op mijn manier kon. Politiek zoals het meestal wordt bedreven, vind ik namelijk helemaal niks. Voor mij gaat het om de stad, om de inhoud en ik wilde zo min mogelijk in politiek spel terecht komen dat daar niets mee te maken had.

Eenmaal in de raad, kwam ik er al snel achter dat veel politici het systeem wel prima vinden functioneren. Misschien is dat ook niet zo gek: we weten allemaal hoe het systeem werkt en mensen kiezen er bewust voor om daar in te stappen. Selectiecommissies doen de rest.
En toch heeft het mij verrast hoe conservatief politici zijn als het gaat om hun eigen manier van werken.
Een van mijn eerste avonden in de raad, dacht ik dat ik in een slechte film terecht was gekomen: 1,5 uur lang luisterden we naar mensen die hun inspraakreactie voorlazen. Reacties die wij netjes van te voren hadden gekregen en gelezen. Na het voorlezen was er nauwelijks meer tijd voor vragen of een gesprek. Als ik dit nu opschrijf, klinkt het absurd. Maar het gebeurde, en niet één keer.
Gelukkig hebben we in Utrecht wel dingen veranderd de laatste jaren. Zo is er veel meer ruimte gekomen voor echte gesprekken met inwoners, ondernemers en ambtenaren. En die gesprekken geven zoveel meer inzicht in hoe we het beter kunnen doen in deze stad.

Maar wat mij betreft zijn we er nog niet. De Utrechtse gemeentesecretaris Gabrielle Haanen zei recent dat in de gemeentelijke organisatie de laatste jaren veel is gekeken naar het efficiënter organiseren van zaken en dat het nu tijd is om te kijken of we eigenlijk wel de juiste dingen doen.
Dat zou de gemeenteraad ook moeten doen. Doet die wel de goede dingen? Als je nu de hele raadsagenda leeg zou gooien en opnieuw zou kijken waar je je mee bezig zou willen houden, hoe zou je het schema dan inrichten? Ik hoop van harte dat de raad die exercitie gaat maken.
En daarbij heb ik een advies: ruim minder tijd in voor het politiek debat. Wat mij betreft is het debat een zwaar overschat instrument dat heel veel tijd kost en heel weinig oplevert. Kies vaker voor het gesprek: met de stad, met ambtenaren en met elkaar. Ik heb in mijn raadswerk ervaren dat de meest waardevolle en meest productieve momenten altijd gesprekken waren. Waarom dat niet meer tot de kern van de politiek maken?

Als ik dit aan mensen vertel, word ik vaak meewarig aangekeken. “Politiek spel hoort er nu eenmaal bij, zo is de politiek nu eenmaal Sanne.” Maar politieke wetten zijn geen natuurwetten. Politiek wordt gemaakt door mensen en mensen kunnen de politiek dus veranderen. En daarvoor zou het heel goed zijn als meer mensen voor de politiek kiezen die er niet zo van houden in haar huidige vorm. Zij kunnen van binnenuit het systeem veranderen.
Ik heb ervaren dat het kan. Ik heb het op mijn manier gedaan. Ik heb er plezier aan beleefd en ik heb resultaten behaald. Het kan: mensen kunnen de politiek veranderen.

In ruim twee jaar raadslidmaatschap heb ik al veel gesproken over wat er allemaal niet goed gaat in Utrecht: participatietrajecten die niet of niet goed zijn georganiseerd, ambtenaren die niet meedenken met initiatiefnemers en zo meer. Dat is natuurlijk ook wel logisch: als raadslid kijk ik of het college z'n werk goed doet en ben ik gespitst op bewijzen voor het tegendeel. In al dat zoeken naar en praten over hoe het allemaal nog beter kan, vergeet ik soms dat er ook heel veel dingen goed gaan. En dat in mijn beleving Utrecht het ook helemaal niet zo gek doet. En daar mag het ook wel eens over gaan. Daarom zo eens drie verhalen waarvan ik vrolijk werd.

 

De afgelopen maanden 'adopteerde' ik als raadslid de verkeersouders van basisschool Puntenburg, die nauw samenwerken met een ambtenaar van de projectorganisatie Stationsgebied. De school ligt in het stationsgebied en heeft daardoor veel last van alle werkzaamheden. De veiligheid van de kinderen kan in het geding zijn. De ouders en de verantwoordelijk ambtenaar overleggen hierover regelmatig,  zodat ouders goed geïnformeerd zijn en de ambtenaar hun input kan meenemen. Deze ambtenaar fietst periodiek met de kinderen mee naar school, om zelf te zien hoe de route is. Af en toe wordt er zelfs een camera op een kinderfiets gezet, zodat goed gekeken kan worden hoe een omleidingsroute vanuit kinderperspectief werkt. Toen een aannemer op het verkeerde moment met werkzaamheden begon, reageerde de ambtenaar vanaf zijn vakantieadres. De ouders zijn heel enthousiast over de samenwerking met de verantwoordelijk ambtenaar, ondanks de vele onrust in de omgeving van de school.

 

Een ander verhaal waar ik blij van werd, gaat over het samen leren tussen ambtenaren en bewoners in wijken. Voor de zomer was ik bij een bijeenkomst met raadsleden waar wij werden geïnformeerd over participatie en communicatie met bewoners in verschillende wijken. Een ambtenaar die betrokken is bij Het nieuwe (afval)inzamelen vertelde hoe de organisatie al doende leert hoe te communiceren: hoe in buurten contact gezocht wordt met mensen die zich vaak actief bemoeien met de buurt om mee te praten, hoe samen met bewoners (opnieuw) wordt gekeken naar de beste plek voor ondergrondse containers, hoe van de door de gemeente bedachte regels wordt afgeweken op het moment dat blijkt dat een groot deel van de buurt zich daar niet in kan vinden. En ook wel belangrijk: hoe de ervaringen met deze aanpak voor de betrokken ambtenaren een blijvend effect heeft op hun manier van werken. Ik merk dat er nog veel beter kan,  dat zie ik ook in mijn eigen buurt, maar de manier waarop gewerkt en geleerd wordt, stemt positief.

 

De ambtenaren die zich met de ruimtelijke ontwikkelingen bezig houden volgen de komende jaren allemaal een opleiding: de leergang urban professional. Een van die ambtenaren vertelde haar ervaringen aan een vertegenwoordiging van de raad. Ze zei: "Een andere manier van werken moet je gewoon doen, niet teveel over praten. Al had ze er wel slapeloze nachten van, bekende ze, toen ze vertrouwelijke informatie deelde met inwoners om op een goede manier het gesprek met hen aan te kunnen gaan. Maar het had wel tot resultaat dat de samenwerking goed was gegaan, ondanks verschillende belangen.

 

Deze week verscheen onderzoek naar de stadsgesprekken die tot nu toe plaatsvonden. Ook daar is nog een hoop te doen: deelnemers zijn sceptisch over hoeveel er met hun input gedaan wordt en of het zin heeft. Maar ze zijn enthousiast over het feit dat de gemeente hen bij ontwikkelingen betrekt en ook over de kwaliteit van het gesprek dat gevoerd wordt.

 

Kortom: er wordt een hoop gezaaid in het echt samenwerken met de stad, in het serieus nemen van de inbreng van inwoners, in het echt luisteren. En ik weet zeker dat Utrecht gaandeweg steeds meer gaat oogsten. En daar mogen we best een beetje trots op zijn.

 

Al weer even geleden organiseerde ik een raadsinformatieavond over de Agenda Ruim Baan voor Initiatief. De gemeente heeft, samen met heel veel mensen in de stad, een plan gemaakt over hoe initiatieven meer mogelijk gemaakt kunnen worden. Terecht werd tijdens deze bijeenkomst door een maatschappelijk actieve sportvereniging de vraag gesteld wat een initiatief eigenlijk is. En of we in de hausse aan 'hippe initiatieven' niet vergeten dat er eigenlijk niks nieuws onder de zon is: Nederlands stikt toch immers al decennia lang van de initiatieven?!

 
Tja, wat is een initiatief eigenlijk? Voor mij is het iemand in Utrecht die iets wil, die een idee heeft of dat idee al aan het uitvoeren is. Dat kan een individuele bewoner zijn, een groep bewoners, maar net zo goed een sportvereniging of andere bestaande vrijwilligersorganisatie. Of een bedrijf.
Eigenlijk is het raar dat we praten over initiatieven alsof het 1 categorie is. Er zijn grote en kleine initiatieven, initiatieven op het gebied van groen, zorg, spelen, ontmoeten, straatmeubilair en wat al niet meer. Daarom moet het omgaan ermee binnen de gemeente niet alleen vorm krijgen bij de mensen die zich met participatie en wijkgericht werken bezig houden, maar ook bij verkeer, bij vastgoed, bij groen enz.
Wat is eigenlijk de grootst gemene deler tussen initiatieven? Allemaal hebben ze een idee voor hun buurt of stad. Iets dat niet al 'van hogerhand' (lees door de gemeente) gepland of bedacht was, maar waarvoor de initiatiefnemers heel vaak wel iets nodig hebben van de gemeente. Informatie, een vergunning, advies of geld. En soms willen ze gewoon even weten of het eigenlijk mag wat ze willen. Soms hebben ze nodig dat de gemeente hun idee omarmt en meehelpt met de uitvoering. En regelmatig zoeken ze ook gewoon naar een beetje waardering en erkenning voor al die tijd en energie die in hun initiatief en daarmee in hun buurt is gaan zitten. En soms blijven ze het liefst zo ver mogelijk van de gemeente en 'moet de gemeente er vooral vanaf blijven'.
 
Volgens mij weten inwoners en organisaties meestal beter dan de gemeente wat lokaal, op het niveau van straat of buurt, belangrijk is. Ambtenaren kunnen vaak beter (eerst) luisteren naar de stad dan alles zelf te gaan bedenken. In een gemeentehuis of Stadskantoor ontstaat soms een heel eigen werkelijkheid. Ik ervoer dat zelf toen ik als actieve inwoner (initiatiefnemer) met de gemeente in gesprek was over een plan voor het groen in mijn buurt. De stedenbouwkundige zei: "Het zou mooi zijn als de parkeerplekken dan ook weg konden, dat ontsiert dat parkje natuurlijk wel." Misschien wel ja, maar wij wonen daar, veel mensen hebben een auto, die moet je ergens kwijt. Ik ben altijd voor zoeken naar vernieuwing en voor ruim denken, maar hier had ik toch het idee dat een alledaagse werkelijkheid en een ontwerpwerkelijkheid met elkaar botsten. Letterlijk gebeurde dat toen een ambtenaar zei: "Soms blijkt de werkelijkheid buiten niet met ons Handboek Openbare Ruimte te kloppen." Op het moment dat ambtenaren en inwoners met elkaar in gesprek gaan, wordt die botsing expliciet. Dat is soms lastig, maar dan heb je het er in elk geval over. En blijkt dat zo'n handboek misschien helemaal niet zo bruikbaar of zinvol te zijn.
 
Natuurlijk heeft de gemeente altijd 'eigen' plannen. Maar ik denk dat we een veel mooiere/leukere/groenere/socialere stad hadden als we beter gebruik maken van de initiatieven in de stad en meer ruimte in regels, uren en budget maken om ze te verwezenlijken. Vorig jaar heeft de gemeenteraad mijn motie aangenomen om op elk beleidsprogramma inzichtelijk te maken hoe er meer geld en/of uren kunnen worden ingezet voor initiatieven/ideeën uit de stad. Deze maand zullen we zien hoe het college daarin geslaagd is en kijken we of er meer nodig is. En met de Agenda Ruim Baan voor Initiatief wordt verder gewerkt aan het oprekken van regels, het leren binnen de ambtelijke organisatie e.d. Ik ben benieuwd! En hoor graag als je met jouw initiatief ergens tegenaan loopt!

Vorige week namen we in de gemeenteraad de verordening op het burgerinitiatief aan. Met een ruime meerderheid, zonder noemenswaardig politiek debat. Niets spannends dus? Met het aannemen van die verordening maken we het voor Utrechters mogelijk om met 250 handtekeningen een onderwerp op de raadsagenda te krijgen. Voor een plan op stedelijk niveau was dat 2500 handtekeningen: een flinke verlaging dus. Het gaat om 'bespreken': geen enkele garantie dus dat uw geweldige initiatief omarmd wordt; wel dat we er in de politieke arena over debatteren.

Het aannemen van de verordening lijkt iets kleins, maar toch ben ik er blij mee. We zullen vanaf de inwerkingtreding van deze verordening vast niet elke maand uren debatteren over alle burgerinitiatieven. Maar deze verordening brengt een verbinding tussen wat de participatieve democratie genoemd wordt (gewoon, de dingen die mensen doen, omdat ze borrelen van de ideeën en graag iets doen in hun eigen wijk of stad) én de representatieve democratie (de gekozen volksvertegenwoordiging, de gemeenteraad). De participatieve democratie is booming: initiatieven schieten als paddestoelen uit de grond  en krijgen veel aandacht, terwijl de representatieve democratie vol medelijden wordt bekeken: opkomstpercentages dalen, en veel politieke partijen kampen met ledenverlies. Ik heb al vele artikelen gelezen waarin beschreven wordt hoe gemeenteraden worstelen met de inititiatieven in hun gemeente.

Veel initiatieven worstelen met de systeemwereld van diezelfde gemeente. Want de gemeente werkt in afdelingen en portefeuilles, met doelen en budgetten op elk terrein afzonderlijk. Terwijl initiatieven zich van die grenzen niets aantrekken ("als we nou toch het groen gaan aanpassen, laten we dan meteen even naar die speeltoestellen kijken en de oversteekplaats moet ook anders"). Bovendien is de gemeentelijke organisatie grotendeels bezig met de uitvoering van meerjarig geplande activiteiten, binnen de doelstellingen en budgetten die ze van de raad hebben meegekregen. Dat wringt met het lekker inspelen op frisse ideeën van inwoners die net zijn opgekomen en het liefst zo snel mogelijk moeten worden uitgevoerd!

Wie kan die werelden beter bij elkaar brengen dan de gemeenteraad? Als lekenbestuur zijn we primair inwoners van deze stad en kunnen ons inleven in initiatieven. Maar we kennen ook de weg in de bureaucratie en maken  continu keuzes in wat de gemeente doet en hoeveel geld daar naartoe gaat. Normaal gebeurt dat vooral met stukken die vanuit het college en de ambtelijke organisatie op ons afkomen: nu kunnen 250 inwoners ook een beslissing van ons vragen. Dat brengt inwoners in een betere positie om te sturen op wat er in hun stad of buurt gebeurt. Uiteraard met de uiteindelijke afweging door de raad, die alle belangen afweegt, zeker ook die van de mensen die minder snel 250 handtekeningen zullen verzamelen om iets voor elkaar te krijgen.

Een mooie stap vooruit dus! Maar natuurlijk zijn we nog niet klaar: de gemeenteraad zou voor een principebesluit over initiatieven in de samenleving, of die nu via de gemeentelijke organisaties of via inwoners de raadsagenda bereikt, wel wat snellere procedures mogen hebben. En het staat of valt met meer ruimte in de gemeentelijke begroting om initiatieven financieel mogelijk te maken. Iets meer bottom-up begroten dus. Als je daar nieuwe ideeën over hebt: ik houd me aanbevolen!

Taaldokter Taaldokter

Een gedachtewisseling – een debatje, zo u wilt met @SanneInUtrecht over de ‘waarden voor een nieuwe taal’ in de cul… https://t.co/MNq10POPax

5 days, 20 hours ago